Asbestinventarisatie – weet wat u vraagt!

Weet wat u vraagt! Het is het devies van Edwin van der Wal, bedrijfsleider Find Bedrijven en asbestdeskundige. Met de nieuwe wetgeving is een eind gekomen aan Type A en B-rapportages. “Woningcorporaties moeten hun doelstelling nu vooraf duidelijk omschrijven én goed krijgen er aangeboden wordt. Het is tegenwoordig moeilijker offertes te vergelijken!”

In de markt wordt – met name door opdrachtgevers – nog vaak verwezen naar Type A en Type B-rapportages, weet Van der Wal. Het lijkt ook zo duidelijk: bij Type A vraag je om een niet-destructief asbestonderzoek (-inventarisatie). Dan wordt dus alleen daar naar asbest gezocht waar het met het blote oog te zien is en blijft het bewoonde huis intact. Bij Type B (destructief) gaat het onderzoek verder.

Doelgericht uitvragen

De nieuwe wetgeving dwingt de markt echter vooraf meer duidelijkheid te geven over het doel van de inventarisatie. “Welke werkzaamheden vinden er plaats?”, duidt Van der Wal. “Dus niet meer simpelweg vragen: ‘Wil je die woning(en) inventariseren?’ Maar heel doelgericht stellen: ‘Ik ga de badkamer aanpakken. Ik ga energetische werkzaamheden verrichten. Ik ga de buitenkant verven. Wil je kijken of ik dáárbij asbest tegenkom.’

“Zo wil de overheid voorkomen dat een woningcorporatie denkt een goede rapportage in handen te hebben, maar later erachter komt dat de inventariseerder op bepaalde plekken niet is geweest, omdat hij er bijvoorbeeld niet bij kon…”

Moeilijk vergelijken

In de praktijk blijken de offertes nu echter zo breed (en in verschillende bewoordingen) te worden opgesteld, dat vergelijken moeilijk wordt. Vandaar dat Van der Wal bij woningcorporaties – en ook andere vastgoed beheerders – erop aandringt goed te kijken waarover de inventarisatie gaat. “Vraag letterlijk door: hoe gaan jullie met laminaat om? Mogen wij een luik zagen of niet? Zeg je er niets over, dan zal het ene inventarisatiebedrijf het wel uit zichzelf doen en het andere niet. Maar wat wil jij?!”

Specifiek benoemen

In rapportages mogen inventarisatiebedrijven met de nieuwe wetgeving niet meer iets uitsluiten. “Maar dat wil niet zeggen dat hij alles wél doet”, benadrukt Van der Wal. “Stel je wilt kozijnen vervangen? Dan moet je óók weten of er asbest in de spouwmuur zit. Er moeten dus stenen langs het raam uit de gevel worden gehaald. Benoem dat specifiek! En wil je bij een renovatie ook het leidingwerk aanpakken? Dan wil je weten of er asbest in de standleidingen zit. Maar vaak zitten die in koven. Hoe gaat het inventarisatiebedrijf daarmee om? En mogen ze opengebroken worden in bewoonde situatie?”

Gerichte asbestinventarisatie

Van der Wals tip: houdt de asbestinventarisatie als woningcorporatie vooral zelf in de hand. Hoe vervelend het hoofdstuk asbest vaak ook is, onderdruk de neiging dit uit te besteden aan de aannemer. “Het is zo’n wezenlijk onderdeel van je begroting. Bovendien verandert de regelgeving momenteel ook vaker dan voorheen en is het ingewikkeld alles bij te benen. Een asbestbedrijf kan je dan de juiste informatie geven. Zeker als je met hem een langdurige relatie aangaat kun je de vraag en te leveren rapportage beter op elkaar afstemmen

“Wij kunnen bijvoorbeeld op basis van onze ervaringen en gegevens al (ver) van tevoren een inschatting maken van de asbestomvang bij een groep woningen. Zonder de woning vanbinnen te zien. Als er dan werkzaamheden worden gepland, kunnen wij op dat moment een gerichte inventarisatie uitvoeren. Het liefst doen we dan alles in één keer. Vlak vóór de renovatie. Dan bezorg je de huurder namelijk maar één keer overlast en geeft de bewoner eerder toestemming om enige schade te maken in de woning.”

 

Gerelateerde artikelen

 

 

Deel dit artikel op:

Reacties