“Corporaties hanteren steeds vaker lagere EPV”

door Oscar Haffmans

Corporaties hanteren steeds vaker een lagere Energie Prestatie Vergoeding (EPV) voor hun huurders dan zij wettelijk mogen. Het lijkt het antwoord te zijn op de extra inspanningen die de Energiebundel (EB) anders van hen vraagt. Deze garandeert zittende huurders immers dat zij na verduurzaming niet meer energiekosten gaan betalen, dan zij nu doen. Maar hoe zit dat eigenlijk? Hoe verhoudt de EPV zich tot de EB?

Wat is de EPV?

De Energie Prestatie Vergoeding (EPV) is het bedrag  dat een corporatie in rekening mag brengen bij haar huurders als zij hun huis flink energiezuiniger maakt. Dat betekent dat het huis:

  • Bij een gemiddeld huishouden gemiddeld per jaar net zoveel energie verbruikt als dat het opwekt (Nul op de Meter)
  • All electric is (dus geen aardgasaansluiting meer heeft)

De EPV mag maximaal € 1,40 per vierkante meter per maand zijn. Daarmee vormt de EPV bij corporaties een belangrijke peiler in het financiële plaatje van duurzaamheidsinvesteringen.

Voor huurders is de EPV een nieuwe kostenpost (los van de huursom!), maar dankzij de energiezuinige maatregelen dalen bij een gemiddeld gebruik de totale (huur- en energie-)lasten ten opzichte van de oude situatie. Hoe lager de EPV, hoe gunstiger voor de huurder uiteraard.

Wat is de Energiebundel?

De Energiebundel (EB) is het complete plaatje van energiekosten (inclusief de EPV!) en –opbrengsten voor een huishouden in een Nul op de Meter woning (NOM-woning). Huurders hebben daarbij een zogenaamde niet-meer-dan-nu-garantie. Met andere woorden: de energielasten na renovatie mogen niet hoger uitvallen dan de bestaande.

Met name bij huishoudens met een (extreem) laag energieverbruik speelt deze garantie een belangrijke rol. Zij kunnen door een hoge EPV op jaarbasis wel eens meer kwijt zijn voor energie! Zelfs als er rekening wordt gehouden met de opbrengst van de opgewekte energie.

Om dit in kaart te brengen, moeten corporaties kijken naar de energierekeningen van een huishouden in de afgelopen drie jaar. Valt de nieuwe energierekening inderdaad hoger uit, dan moeten zij de huurder compenseren in zijn EPV.

Wat leert de praktijk?

Het vraagt enorm veel inspanningen van corporaties om per huishouden een beeld te krijgen wat het energieverbruik is geweest in de afgelopen drie jaar. Corporaties moeten deze gegevens namelijk ophalen bij de huurders zelf. Die hebben lang niet altijd deze gegevens nog ergens liggen… In theorie ligt er dus een goed verhaal. In de praktijk kiezen corporaties liever voor een lagere EPV, zodat voor iedereen – zonder veel extra inspanningen – het voordeel duidelijk is.

Wat betekent dit voor de bouw van NOM-woningen?

Minder EPV-inkomsten, betekent simpelweg minder budget om te bouwen. Corporaties vragen aannemers dan ook op hun beurt tegen nog scherpere prijzen met verduurzamingsplannen te komen. Of dit de kwaliteit altijd ten goede komt, is maar zeer de vraag. Eigenlijk wordt hiermee het hele verduurzamen onder druk gezet.

Zijn er andere oplossingen?

Ik denk dat corporaties moeten accepteren dat NOM geen nul op hún meter brengt. Met de EPV is weliswaar een deel van de investeringen te dekken, maar een deel zal uit andere (eigen) middelen moeten komen. Soms uit de eigen reserve, vaak ook uit gereserveerde onderhoudsgelden. Dan kunnen corporaties ook de kwaliteit bieden, die huurders mogen verwachten van een NOM-woning. Daarnaast zie ik momenteel corporaties ook andere keuzes maken. Daarover meer in mijn volgende artikel.

Oscar Haffmans is directeur en projectmanager bij Fooq

Gerelateerde artikelen:
Wat doet u met de Energieprestatievergoeding?
STEP: vraag altijd energielabel A aan
Duurzaamheid krijgt prioriteit, wat valt op?
Geveke onderscheidt zich met lage woonlasten voor de Volmacht

Bron foto: www.flickr.com

 

 

Deel dit artikel op:

Reacties