NOM is geen NOM – als de klant niet wordt geholpen

NOM-woningen (Nul op de Meter) kunnen hun beloftes zeker waar maken. Althans, dat beeld leeft steeds meer bij de woningcorporaties en marktpartijen. Het gaat echter niet zonder tekst en uitleg. “Een woning kan op dag één NOM zijn, maar om NOM te blijven moet er meer gebeuren”, stelt Aldert de Gries van Tautus.

De Gries doelt dan op de technische kant van het verhaal. “De vraag is namelijk: wil je NOM op dag één of ook NOM over 10 of 25 jaar. Neem bijvoorbeeld zonnepanelen. Die degeneren; met het verstrijken van de jaren, brengen ze minder op. Wil je over 10 of 25 jaar nog steeds gegarandeerd NOM, dan moet je dus nu meer zonnepanelen leggen dan je huidige verbruik ‘voorschrijft’. Voor de businesscase maakt het daarmee enorm verschil wat je ambities zijn”, zet De Gries uiteen. “Het gehele NOM-principe is natuurlijk een combinatie van isolatie, installatie en PV!”

NOM vraagt onderhoud

Jurrit Visser (Fooq) merkt dat het onderhoud aan de NOM-woning een andere valkuil is. Aannemers die een eigen NOM-concept kennen, bieden het onderhoud aan, en daarmee de instandhouding van het concept. Dan kunnen ze ook garant staan voor de te leveren en gevraagde prestatie.
“Voor veel woningcorporaties is dat omschakelen geblazen. Ze zijn niet gewend voor een lange periode aan dezelfde partij gebonden te zijn. Ze doen het liever zelf. De aannemers laten dit doorgaans gebeuren, maar trekken dan ook hun handen er vanaf”, schetst Visser. “Daarmee is de prestatie niet meer gegarandeerd. De coaching over hoe om te gaan met het nieuwe wonen, wordt immers niet meer door de aanbieder uitgevoerd. Terwijl hij in feite wel de fabrikant van het NOM-concept is.”

Want coaching is vereist

Coaching is hoe dan ook een belangrijk aandachtspunt. NOM wordt geleverd met een pakketje voorwaarden hoe bewoners zich moeten gedragen, wil NOM werkelijk NOM zijn. “Vergelijk het met een auto”, verduidelijkt Visser. “In de showroom word je bijvoorbeeld beloofd: hij rijdt 1:24. Onder bepaalde condities! Je rijdt bijvoorbeeld nooit boven de 90 km/uur, zit nooit met meer dan met twee personen erin, schakelt op de juiste momenten, et cetera. Dán kun je 1:24 halen. Dergelijke voorwaarden gelden ook voor NOM. Vier een nieuwe NOM-woning dus niet met een LED-tv voor alle kinderen, omdat er zonnepanelen op het dak staan…”

Blijven opvoeden

De eerste maand gaat het meestal wel goed. Toch lijken bewoners van NOM-woningen op den duur geneigd te zijn meer te verbruiken. “Zonder belerend te zijn, moeten woningcorporaties de mensen blijven opvoeden”, aldus Visser. “We moeten ze helpen en bijstaan. Ze moeten begrijpen en weten hoe ze het energieverbruik, passend bij de NOM-gedachte, kunnen beïnvloeden.”

Voorkom conflicten

Wie dat niet doet, kan er namelijk vanuit gaan dat bewoners ontgoocheld zijn wanneer zij aan het einde van een jaar toch een (flinke) eindafrekening van de energiemaatschappij krijgen. “Die verwachten zij dan niet, zeker niet als ze elke maand EPV betalen en dat snap ik best. De wetgeving achter de EPV is taai, maar we moeten dit wel helder maken aan onze bewoners”, waarschuwt Visser. “En om conflicten te voorkomen, moet je het verbruik en de opbrengst monitoren en bespreken met je huurder. Daarvoor zitten geijkte meters in NOM-woningen. Het brengt veel administratieve rompslomp met zich mee, maar het zorgt wel voor duidelijkheid.”

Goed voortraject

Naast coaching, willen beide mannen zwaarder inzetten op het voortraject. “Win eerst goed advies in”, besluit De Gries. “Bij grondgebonden woningen én zeker bij gestapelde bouw. Daarbij heb je nog minder dak ter beschikking en zijn de mogelijkheden dus ook beperkter. Kijk dus goed uit, voordat je überhaupt iets belooft!”

 

Gerelateerde artikelen

Van Wijnen zet Nom woningen in bij herstructurering
Passief bouwen verdient beter
Woonborg gaat voor nul op de meter bij renovatie

Deel dit artikel op:

Reacties