Wet natuurbescherming biedt provincie ruimte voor eigen beleid

De uitvoering van de Wet natuurbescherming (voorheen Flora en Faunawet en Natuurbeschermingswet) valt met ingang van 2017 grotendeels onder de provincie. Dat biedt kansen. De provincie is immers makkelijker toegankelijk, fysiek dichterbij en beter bekend met het eigen gebied. Een soepelere afhandeling van ontheffingsaanvragen ligt in het verschiet. Maar de praktijk zal het moeten leren, want bij veel provincies is de wijze van uitvoering nog onduidelijk.

Dat is in het kort de visie van Erik de Vries, adviseur ecologie bij Altenburg & Wymenga. Vanuit die rol begeleidt hij regelmatig woningcorporaties bij renovatie- en nieuwbouwprojecten. Wat de veranderingen in de Wet natuurbescherming voor hen betekent, is volgens De Vries nog niet helemaal duidelijk. “Dat zal per provincie verschillen. Wat in eerste instantie niet verandert, is de regelgeving rond vleermuizen, huismussen en gierzwaluwen. Daar ligt Europese wetgeving bovenop.”

Anders ligt dat bijvoorbeeld bij de marterachtigen. Elke provincie kan zelf besluiten een beleid op deze dieren (maar ook andere diersoorten) te voeren. “Noord-Holland heeft bijvoorbeeld de indruk dat het niet goed gaat met de kleine marterachtigen. Zij wil de positie van deze dieren versterken en maakt daarbij nu gebruik van de nieuwe Wet natuurbescherming”, zet De Vries uiteen. “Terwijl andere provincies daar een vrijstelling voor geven.”

Verstoring vaker mogelijk

“Ook lijkt de nieuwe Wet natuurbescherming meer mogelijkheden te bieden om verstoring toe te passen tegen bepaalde diersoorten. Een boer kan op die manier bijvoorbeeld voorkomen dat dassen hun maïsvelden ingaan. Ook voor woningcorporaties kan dit interessant zijn als het bijvoorbeeld gaat om het verstoren van steenmarters. Wat nog niet duidelijk is, is hoeveel verstoring je mag toepassen. Wat als je heel dichtbij de verblijfplaats een bepaald geluid afspeelt? Is het dan nog verstoren of is het dan aantasten van de verblijfplaats? Daar moet nog jurisprudentie voor komen.”

Hoe dan ook kunnen provincies met de nieuwe wet veel specifieker inspelen op regionale ontwikkelingen. “Maar ik denk niet dat woningcorporaties in de praktijk verder veel gaan merken van de veranderingen, tenzij de provincie zich zou gaan focussen op een programmatische aanpak, waardoor ontheffingen niet meer noodzakelijk zijn. Of misschien gaat de procedure iets sneller, maar dat zal ook per provincie afhangen van hoeveel mensen ze vrijmaken voor de afhandeling en hoeveel ontwikkelingen er zijn op het gebied van ruimtelijke ordening.”

Tijdig plannen

“De Wet natuurbescherming vraagt dus ook nu nog om een tijdige planning. Ecologie kunnen woningcorporaties het beste twee jaar van tevoren plannen”, vervolgt De Vries. “Dan heb je een jaar om het veldonderzoek goed te doen en een jaar om de aanpassingen door te voeren. Dat zien wij ook steeds meer, zeker daar waar woningcorporaties al eens vervelende ervaringen hebben opgedaan met dit onderwerp.

“Nu al zijn wij voor woningcorporaties bezig die eind 2018 willen renoveren. De quickscan loopt al, straks in het seizoen volgt het onderzoek, daarna kan de ontheffing worden aangevraagd en begin 2018 voeren wij de aanpassingen door. Dan kunnen de dieren één seizoen wennen en kan eind 2018 inderdaad worden gestart met de bouwwerkzaamheden.”

 

Gerelateerde artikelen

Pak flora en fauna op tijd aan
Ecologie in uw planprocessen. Zorg of zorgen?

 

Deel dit artikel op:

Reacties